Onderzoek in de kijker - IN BEWEGING MET EPILEPSIE: ELKE STAP TELT!
Beweging is belangrijk voor onze gezondheid. Toch denken veel mensen bij beweging meteen aan sporten of intensief trainen, maar bewegen is veel ruimer dan dat. Ook wandelen, fietsen, tuinieren, huishoudelijke taken of de trap nemen tellen mee. Het hoeft dus niet altijd groots of intensief te zijn: ook kleine beweegmomenten kunnen een verschil maken. Maar wat als bewegen niet vanzelfsprekend voelt?
BEWEGEN VOOR LICHAAM ÉN HERSENEN
Regelmatig bewegen heeft heel wat voordelen. In de algemene bevolking is aangetoond dat beweging het risico verlaagt op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, bepaalde vormen van kanker en overgewicht. Daarnaast heeft beweging een positief effect op het mentaal welzijn. Bewegen kan helpen om stress te verminderen en angst- en depressieve klachten te verlichten. Ook voor de hersenen is beweging belangrijk: onderzoek toont aan dat beweging kan bijdragen aan een beter geheugen, meer concentratie en een betere algemene hersengezondheid.
Voor mensen met epilepsie zijn deze voordelen minstens even relevant. Hoewel bewegen soms vragen of bezorgdheden oproept, wijst steeds meer onderzoek erop dat fysieke activiteit voor mensen met epilepsie veilig kan zijn en mogelijk ook specifieke voordelen heeft. Zo tonen verschillende studies aan dat regelmatige beweging kan bijdragen aan minder aanvallen of minder ernstige aanvallen. Hoe beweging precies kan helpen, weten we nog niet volledig. Mogelijk helpt beweging om stress beter te reguleren en de prikkelbaarheid van hersencellen beter in balans te houden. Ook bredere positieve effecten op de hersengezondheid kunnen hierbij een rol spelen.
MAAR HOEVEEL BEWEGING IS DAN AANBEVOLEN?
Voor volwassenen wordt aangeraden om wekelijks minstens 150 tot 300 minuten matig intensief te bewegen, bijvoorbeeld door stevig te wandelen of rustig te fietsen. Maar ook wie dat niet haalt, haalt voordeel uit kleine beweegmomenten. Elke beweging telt. Zeker bij mensen met epilepsie is het belangrijk dat beweging haalbaar, veilig en aangenaam blijft.
Toch blijkt dat mensen met epilepsie gemiddeld minder bewegen dan mensen zonder epilepsie. Dat is op zich niet verrassend. Er bestaan heel wat barrières die bewegen moeilijker kunnen maken.
WAAROM BEWEGEN NIET ALTIJD VANZELFSPREKEND IS
Om beter te begrijpen waarom bewegen voor mensen met epilepsie niet altijd vanzelfsprekend is, gingen we in ons onderzoek samen met mensen met epilepsie wandelen in hun eigen leefomgeving. Tijdens deze wandelingen vertelden zij welke factoren hen helpen of net tegenhouden om te bewegen.
Sommige mensen zijn bang om tijdens het wandelen, fietsen of sporten een aanval te krijgen. Anderen zijn bang om zich te verwonden als ze tijdens een activiteit een aanval krijgen, of maken zich zorgen over de reacties van omstaanders wanneer dit in het openbaar gebeurt. Ook het stigma rond epilepsie kan bewegen moeilijker maken. Daarnaast spelen ook praktische factoren mee, zoals moeilijkheden om zich te verplaatsen, afhankelijkheid van anderen voor vervoer, vermoeidheid, medicatiebijwerkingen of een gebrek aan aangepaste ondersteuning.
DE ROL VAN OMGEVING
Belangrijk is dat deze barrières niet alleen “in het hoofd” van de persoon zitten. De omgeving speelt een grote rol. Denk bijvoorbeeld aan druk verkeer, lawaai, felle lichten, drukke plaatsen of onbekende buurten. Voor sommige mensen kunnen zulke omgevingen stress of angst uitlokken, waardoor ze minder geneigd zijn om naar buiten te gaan of te wandelen. Omgekeerd kunnen rustige, vertrouwde en groene omgevingen net een gevoel van veiligheid geven. Een park, een rustige straat, een bekende wandelroute of een plek waar men gemakkelijk even kan rusten, kan bewegen toegankelijker maken.
Ook de sociale omgeving is belangrijk. Voor sommige mensen voelt wandelen veiliger wanneer ze vergezeld zijn door een partner, vriend, familielid of begeleider. De aanwezigheid van iemand die weet wat te doen bij een aanval kan vertrouwen geven. Maar sociale factoren kunnen ook een drempel vormen. Sommige mensen voelen zich bekeken of zijn bang om een aanval te krijgen in het openbaar. Anderen krijgen, vaak uit bezorgdheid, het advies van hun omgeving om voorzichtig te zijn of bepaalde activiteiten te vermijden. Die bezorgdheid is begrijpelijk, maar kan soms onbedoeld leiden tot meer inactiviteit dan nodig is.
HOE MAKEN WE BEWEGEN HAALBAAR?
Daarom is het belangrijk om niet alleen te zeggen: “Mensen met epilepsie moeten meer bewegen.” De vraag is vooral: “Hoe kunnen we bewegen haalbaar, veilig en aangenaam maken in het dagelijkse leven?”
Die inzichten kunnen helpen om toekomstige ondersteuning beter af te stemmen op de persoon. Voor de ene persoon kan een korte wandeling in de buurt haalbaar zijn, terwijl iemand anders meer gebaat is bij beweegmomenten thuis, zoals spierversterkende oefeningen of rustig fietsen op een hometrainer. Nog iemand anders voelt zich misschien veiliger om samen met een vertrouwd persoon actief te zijn. Het belangrijkste is dat beweging aangepast wordt aan wat voor iemand veilig, haalbaar en aangenaam voelt. Zo kan bewegen stap voor stap een plaats krijgen in het dagelijkse leven. Want elke stap telt.
Julie Delobelle
Wetenschappelijk artikel: Delobelle J, Carrette E, Vonck K, Cauwenberg JV, Dyck DV. Environmental influences on anxiety, perceived stress and walking levels in people with epilepsy: A qualitative study using walk-along interviews. Epilepsy & Behavior. 2026;180:111018
- Login om te reageren